Sessie 2 — De Weg naar de Groene Putten

Vorige: Sessie 1 · Sessieoverzicht · Volgende: Sessie 3

Hoofdlocaties: Wilgenbroek · De Groene Putten
Belangrijke NPC’s: Niavara Laydone · Thalanor

In het kort

Godwin sloot zich bij de andere drie avonturiers aan. Nadat de zuidelijke koepelmonoliet door Naaldpest werd aangetast, stuurde Niavara de groep diep het Dennenhartse bos in om amberhars te zoeken bij de oude boswachter Thalanor.

Belangrijkste gebeurtenissen

  • Een vos bracht de groep een dringende boodschap van Niavara.
  • De zuidelijke monoliet haperde en een ontlading verwondde Niavara.
  • Niavara bekende dat alleen hars van een oeroude den de stabiliserende zalf sterk genoeg kon maken.
  • Godwin stal Niavara’s druïdische dagboek.
  • Niavara veranderde Godwin tijdelijk in een mestkever.
  • De groep ontmoette de ogrevrouw Rosalia, die Thalanor kende.
  • Na een nacht in een verlaten huis daalde de groep af in de Groene Putten en ontmoette de levende oerboom Thalanor.

Belangrijkste ontdekkingen

Buit, aankopen en veranderingen

  • Godwin werd onderdeel van de groep.
  • Godwin had Niavara’s dagboek in bezit.
  • De groep bereikte Thalanor, maar had de hars nog niet ontvangen.

Openstaande lijnen na deze sessie

Hand-outs

Hand-outs

Volledige recap

De lange versie

Hieronder staat de cinematische recap van de gespeelde sessie. De korte onderdelen hierboven zijn bedoeld om snel informatie terug te vinden.

De ochtend brak rustig aan in Wilgenbroek. Eun-Jae was al vroeg wakker en had zich beneden in De Dennenhartse Stronk genesteld met een kop koffie en een krant. Zijn scherpe ogen gleden over de woorden, terwijl zijn gedachten waarschijnlijk al ver vooruitliepen op wat de dag zou brengen. Kael was nog eerder opgestaan en had zich teruggetrokken in de stilte van zijn kamer, waar hij zich verloor in meditatie en kop na kop thee dronk: zijn lichaam stil, maar zijn geest alert en gefocust. Toen Sollorva ontwaakte, nam zij de tijd om in gebed te reflecteren op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Hoewel Mielikki haar naar deze plek had geleid, voelde ze een lichte spanning in haar keel en een voorzichtig wantrouwen tegenover de nieuwe gezichten om haar heen, alsof haar instinct haar waarschuwde om niet te snel te vertrouwen. Uiteindelijk bracht de geur van versgebakken brood, bacon en warme thee haar en Kael naar beneden, waar ze zich bij Eun-Jae voegden voor een eenvoudig ontbijt. Vegetarisch voor hen, terwijl Eun-Jae, trouw aan zijn aard, zich voedde met niets anders dan koffie en kennis.

Terwijl zij daar zaten en spraken, beleefde Godwin boven een andere realiteit. Hij zat gevangen in een droom die niet nieuw was, maar wel intenser dan voorheen: een vlucht door een donker bos waar de lucht zwaar hing van vocht en rot, waar takken langs zijn lichaam sloegen en iets achter hem door de duisternis brak zonder zich volledig te tonen. Hij wist niet waar hij was, alleen dat hij moest blijven rennen en dat stilstaan geen optie was. De wereld leek even stil te vallen voordat hij wakker schrok. Bezweet en hijgend drong de realiteit van de herberg langzaam tot hem door. Zonder veel woorden nam hij zijn overgebleven kilo hertenvlees mee naar beneden, bestelde een liter bier en begon te eten.

Boris Kegbelly, zoals altijd vol energie en nieuwsgierigheid, greep het moment aan om Godwin aan de anderen voor te stellen. Zo kwam de groep voor het eerst echt samen aan één tafel: een verzameling van zeer verschillende zielen die elk op hun eigen manier naar Wilgenbroek waren geleid. Hun kennismaking werd echter onderbroken door een onverwachte, speelse verschijning. De deur van de herberg ging open en een klein vosje huppelde naar binnen, zijn kopje schuin terwijl het hen aandachtig bekeek. Het liep recht op hen af, leverde met een kokertje om zijn hals zijn boodschap af en verdween weer even snel als het gekomen was. In de brief van Niavara Laydone stond een duidelijke oproep: de voorbereidingen konden niet langer wachten en als zij wilden helpen, moesten ze haar opzoeken aan de rand van het bos.

Met die uitnodiging verlieten zij de herberg en begonnen hun tocht door het dorp. Onderweg kwamen zij langs De Raad van Oudsten, waar Christacious Solarius, Serafina Kikker Kwil en Oma Nettie zich kort voorstelden. Kaels blik bleef hangen op Oma Nettie, een vrouw wier leeftijd niet alleen zichtbaar was in haar gezicht, maar ook voelbaar in de mogelijke kennis die zij met zich meedroeg. Niet lang daarna bereikten zij Niavara’s huis, maar tot hun verrassing was zij nergens te bekennen. Terwijl zij haar naam riepen en de omgeving in zich opnamen, begon een laag, trillend geluid de lucht te vullen. De vibratie trok door hun lichamen terwijl de koepel boven het dorp zichtbaar begon te haperen. Een plotselinge ontploffing in de verte, gevolgd door een gil, zette hen onmiddellijk in beweging. Zonder aarzeling renden zij het bos in, naar de bron van het geluid.

Daar vonden zij Niavara, gewond en zichtbaar verzwakt, steunend op haar elleboog terwijl kleine sneden haar gezicht en armen tekenden. Ze vertelde dat een Naaldpest zich had vastgezet op de zuidelijke pilaar van de vier koepelmonolieten en dat de explosie haar had weggeslingerd. Hoewel ze aanvankelijk sprak over een zalf die niet sterk genoeg was geweest om het probleem op te lossen, onderbrak Eun-Jae haar met een kalme maar scherpe eis tot eerlijkheid. Hij maakte duidelijk dat halve waarheden niet langer acceptabel waren en na een moment van stilte gaf Niavara toe. Ze vertelde dat de zalf krachtiger zou zijn met hars van een oude den diep in het Dennenhartse bos, maar dat zij zelf die plek vermeed. Niet uit angst voor het gevaar, maar vanwege een oude, pijnlijke band met de boswachter van dat gebied, Thalanor, een relatie die volgens haar beter op afstand kon blijven.

Terug bij haar huis trof Niavara Laydone voorbereidingen terwijl de groep haar terrein verkende. Sollorva volgde Niavara naar binnen, kreeg een zeldzame blik op haar eenvoudige, natuurlijke leven en sprak met haar over wat hen te wachten stond. Eun-Jae ontdekte een rituele cirkel en een grote uil die hoog in de boom zat, terwijl Godwin een dagboek in het Druidisch vond en het zonder veel aarzeling meenam. Toen ze weer naar buiten gingen, maakte Niavara het mogelijk dat Sollorva met de uil sprak. Die onthulde zich als de wachter van Mielikki, de Wildmoeder: een goddelijk wezen dat al generaties lang over deze plek waakte en haar geruststelde dat Niavara’s intenties zuiver waren, ondanks dat ze soms fouten maakte.

Met de beslissing om de taak op zich te nemen, zorgde Godwin ervoor dat er een duidelijke beloning werd afgesproken, en terwijl er zelfs gesproken werd over het bouwen van een gezamenlijk huis—een idee dat Sollorva rillingen over haar rug gaf—werden de laatste voorbereidingen getroffen. Niavara Laydone waarschuwde hen om de boswachter met respect te benaderen, maar haar waarschuwing werd op een luchtige manier onderbroken door Godwin die even moest tonen dat hij niet bang was. Toen Sollorva een grap maakte over Godwin stil krijgen, nam Niavara dit echter iets te letterlijk en veranderde hem met een spreuk in een mestkever, een moment dat even de spanning brak, maar ook liet zien hoe serieus haar magie genomen moest worden.

Hun reis door het Dennenhartse bos begon relatief rustig en na een uur keerde een geïrriteerde en woedende Godwin op ongemakkelijke wijze terug naar zijn normale vorm. Dieper in het bos, ver van elk spoor van Wilgenbroek, stuitte de groep op een klein hutje dat half in een heuvel was gebouwd. Wat eerst verlaten leek, bleek al snel bewoond toen er na Godwins klop zware voetstappen en gerommel van binnen klonken. De deur ging op een kier open en onthulde het gezicht van een enorme ogervrouw, haar ogen scherp terwijl ze de groep zwijgend opnam. Na een korte, ongemakkelijke stilte sloot ze de deur weer, om enkele minuten later terug te keren met een zorgvuldig samengestelde charcuterieplank. Binnen was het hutje klein, donker en eenvoudig, verlicht door een paar kaarsen. Toen ze haar naar de boswachter vroegen, sprak ze met een mengeling van bewondering en herinnering over Thalanor, die ze beschreef als streng, maar met een goed hart. Er klonk iets persoonlijks door in haar stem toen ze toegaf ooit een crush op hem te hebben gehad. Toen de groep vertrok, gaf ze nog één boodschap mee: “Als jullie hem ontmoeten, doe hem dan de groeten van Rosalia.”

Later bereikten ze een groter, verlaten huis met een brede veranda, een plek die ooit bewoond was, maar nu langzaam door de natuur werd teruggenomen. Binnen lag alles stil en onaangeroerd, alsof de tijd hier simpelweg was gestopt. Alleen een oude flyer vermeldde dat Thalanor naar het midden van de Groene Putten was verhuisd. Toen de avond viel, besloten ze hier te overnachten. Het kaarslicht danste zacht over de muren terwijl ze probeerden tot rust te komen. Die rust werd echter onderbroken toen Eun-Jae wakker schrok van een krassend geluid en de groep onmiddellijk in paraatheid bracht. In een moment van spanning sprong Sollorva naar buiten en vuurde een vlam af in de richting van het geluid, om te ontdekken dat de bron niets meer was dan een geschrokken bever die hout probeerde te verzamelen. Het dier vluchtte piepend weg en wat achterbleef was een mengeling van opluchting, lichte schaamte en irritatie over de onderbroken nachtrust.

De volgende dag leidde hun pad hen naar de rand van de Groene Putten, waar het bos abrupt eindigde in een enorme krater van honderden meters breed die zich tientallen meters naar beneden uitstrekte. Dikke wortels kronkelden langs de randen en verdwenen in een dichte mist die de bodem volledig verborg. Daar, tussen wortels zo dik als muren en mist die de grond bedekte, voelde Sollorva de ware aard van de plek. Dit was geen bos, maar een levend netwerk, één entiteit met een kern diep in het hart van de aarde. Kael daalde als eerste af, soepel en gecontroleerd, maar voor de anderen bleek de afdaling verraderlijker dan verwacht. De helling werd steiler, hun grip gaf het op, en binnen enkele momenten maakten Sollorva, Godwin en Eun-Jae een harde val naar beneden. Vooral Eun-Jae werd zwaar getroffen en lag een moment roerloos, tot Godwin zonder aarzeling zijn handen op hem legde en goddelijke energie door hem heen liet stromen, zijn lichaam herstellend en hem terugbrengend van de rand van bewusteloosheid.

Uiteindelijk brak de mist open en stapten ze een stille open plek binnen waar geen wind leek te waaien. In het midden stond een boom, veel groter dan alle andere, met een brede, verweerde stam en takken die zwaar waren van leeftijd en mos. De groep vertraagde vanzelf. Toen begon de bast van de boom met een diep, krakend geluid, dat door de grond leek te resoneren, te splijten. Twee enorme, amberkleurige ogen openden zich in het hout en richtten zich op hen, terwijl een zware, trage stem luid en onontkoombaar door de hele put dreunde.

Thalanor: “Welkom… reizigers.”


Vorige: Sessie 1 · Sessieoverzicht · Volgende: Sessie 3