Proloog — Godwins dag in Wilgenbroek
Inhoud · Verder lezen →

Wilgenbroek lag verscholen in het Dennenhartse bos, beschermd door een oude magische koepel die het dorp voor de buitenwereld verborgen hield. Godwin was nog maar kort binnen die bescherming toen de avond viel en zijn honger hem naar De Dennenhartse Stronk dreef.

De forse tiefling met zijn opvallende hoorns stapte bij binnenkomst moeiteloos over de wiebelige drempel waar men hem net voor wilde waarschuwen. Achter de bar stond Boris Kegbelly: een breedgeschouderde dwerg met een uitbundige rode baard in vlechten, getatoeëerde onderarmen en een donker leren voorschoot. De luidruchtige herbergier keek verbaasd op toen Godwin twee kilo rauw vlees bestelde. Na wat afdingen nam Godwin zijn plak hertenvlees mee naar een tafel in de hoek en begon die met handen en tanden te verscheuren.

Niet iedereen in de herberg wist precies wat ze met hem aan moesten. Charlie, Boris’ dochter, vroeg voorzichtig of hij iets wilde drinken. Godwins antwoord was kort en duidelijk: bier.
Bij de haard wenkte Christacious Solarius hem. De hoogbejaarde elf droeg zijn lange zilvergrijze haar naar achteren en was gekleed in donkergroene gewaden met fijn goudborduursel; alles aan hem straalde rustige waardigheid uit.

Naast hem stond Althea Naïlo, de strenge en alerte leider van de dorpswacht. Haar lange bruine haar lag in een stevige vlecht over een donkergroene mantel, waaronder een praktisch leren harnas zichtbaar was; een boog en pijlen droeg ze alsof die bij haar lichaam hoorden. Althea maakte duidelijk dat wie in Wilgenbroek wilde blijven zich nuttig moest maken. Ze stelde voor dat Godwin de volgende ochtend bij het wachtgebouw langskwam om te kijken of hij bij de Wilgse Wacht paste. Godwin hoorde haar aan, zag twee dorpelingen dobbelen en liep daarna zonder veel ceremonie naar het spel toe.

De volgende ochtend kreeg Godwin een rondleiding van Althea. Die werd onderbroken toen een gewonde jager binnenstruikelde en vertelde over een katachtig wezen dat leek te verdwijnen en opnieuw te verschijnen. Althea wilde Godwin wegsturen zodat zij de jager naar hulp kon brengen, maar Godwin stond erop mee te gaan.
Onderweg riep een moeder om haar vermiste kind, Rowan. Toen er uit het bos een luide katachtige grom klonk, renden Godwin en Althea tussen de bomen. Daar zagen ze een jong katachtig wezen dat telkens leek te verdwijnen en op een andere plek terugkeerde. Het bedreigde Rowan. Godwin trof het met heilige kracht; Althea maakte het gevecht af met boog en zwaard. Het kind werd veilig naar het dorp teruggebracht.

Terug in het dorp ontmoetten zij Niavara Laydone. De halfelfse druïde droeg haar lange bruine haar in een vlecht waarin kruiden en kleine takjes waren verwerkt. Haar lichtgroene jurk was versierd met plantpatronen, haar voeten waren bloot en rond haar ogen liepen zachte groene markeringen. Zij vertelde dat de magische bescherming van Wilgenbroek moeite had om sterk te blijven. Niavara en Althea bespraken voorbereidingen om de koepel te versterken, en Godwin bood aan om te helpen.
Die avond hoorde Godwin in de herberg twee vissers praten over vreemd, magisch uitziende vissen. Volgens hen begrepen de meeste dorpelingen weinig van zulke magie. Als Godwin werkelijk antwoorden zocht, moest hij bij de Koepelvormers zijn — of bij Tristan Havikswind, die vaak rond het wachtgebouw te vinden was en er volgens de vissers samen met hen meer van wist dan de rest van het dorp. Godwin besloot Tristan te gaan zoeken.

Rond 22.00 uur ging Godwin naar het wachtgebouw. Het gebouw was afgesloten, maar hij vond een verborgen sleutel bij de deur en liet zichzelf binnen. Binnen zag hij licht onder een deur en ontdekte hij een barak waar drie wachtposten sliepen. Hij keek rond, vond een ring en een rugzak met een mooie dolk in een sierlijk holster. Hij dacht erover de dolk mee te nemen, maar legde hem na een moment van twijfel terug.
Godwin sloot alles weer af, legde de sleutel terug en ging naar de herberg. Achter hem bleef het wachtgebouw even stil als hij het had aangetroffen. Boven het slapende dorp hield de koepel nog stand, maar de eerste tekenen van haar verval waren al zichtbaar.
Inhoud · Verder lezen →