Hoofdstuk 8 — In de buik van Pakhuis 12B

Vorige · Verder lezen

Deel II — Mistvoorde en Pakhuis 12B

De late namiddag in De Scheve Ton eindigde niet met rust, maar met een plan. De groep wist dat Ravenburg de volgende ochtend een beveiligde lading uit Pakhuis 12B naar de Modderkade en vervolgens naar Ravens Piek wilde vervoeren. Achter de bewaakte deuren lag iets wat het rijk belangrijk genoeg vond om onder zware beveiliging uit Mistvoorde weg te halen.

Vesper gaf de groep driehonderd goud, een set fijne inbrekerswerktuigen en een zakje poeder waarmee iemand enkele minuten onzichtbaar kon worden. Op de Drijvende Markt kocht Eun-Jae twee spreukrollen: één om een val te vertragen en één om een dichte mistwolk op te roepen. Ze sloegen houdbaar voedsel in voor het geval zij als verstekelingen mee moesten varen. Voor Godwin vonden ze elfenlaarzen die zijn zware voetstappen dempten. Zonder die magie klonk hij in zijn ijzeren uitrusting ongeveer als een vallend aambeeld.

Terug in De Scheve Ton bleef nog één vraag over: hoe kwamen zij binnen?

Na lege kratten, apparatuurkisten en andere mogelijkheden te hebben besproken, kozen zij voor iets waar niemand langer naar zou willen kijken dan noodzakelijk was. Zij zouden Pakhuis 12B binnengaan als vaten chemisch afval.

Vesper verzamelde bij het pakhuis en het Ravenburgse schip genoeg details om een geloofwaardige pakbon te vervalsen. Volgens het document waren de vaten afkomstig van Meester Halbrecht Voss en moesten zij via de rivierhaven terug naar Ravens Piek. Geen waardevolle lading, geen interessante handelswaar; alleen afval dat men zo snel mogelijk uit de weg wilde hebben.

Binnen als afval

In de steeg achter De Scheve Ton hulde Vesper zichzelf en de vier avonturiers in het uiterlijk van Ravenburgse soldaten. Daarna klommen zij één voor één in de vaten. De deksels gingen dicht. De wereld werd klein, donker en benauwd.

Toen de kar begon te rijden, schoof Mistvoorde als geluid langs hen heen: wielen over natte straatstenen, stemmen in de verte, krakend hout en het ritme van een stad die nooit werkelijk sliep. Bij De Hoge Huizen stopte de kar. Stemmen controleerden de papieren. Eén verkeerde vraag had de hele operatie kunnen breken, maar Vesper en haar pakbon hielden stand.

De vaten werden Pakhuis 12B binnengereden.

In de laadruimte wachtten de vier terwijl soldaten opruimden, onderzoekers hun spullen verzamelden en voetstappen boven en beneden door het gebouw trokken. Niemand wist dat er tussen de afvalvaten vier indringers luisterden. Pas nadat de laadpoort was afgesloten en het pakhuis tot rust kwam, duwden zij de deksels open.

Kratten, touwen, vaten en Ravenburgse voorraden vulden de donkere laadruimte. Twee trappen leidden naar een verhoogde verdieping. Boven één daarvan brandde nog een zwak licht.

Godwin, Eun-Jae en Sollorva begonnen de goederen te onderzoeken. Tussen de voorraden vonden zij een zorgvuldig afgewerkte donkerbruine leren buidel. In plaats van een gewone binnenkant had de opening de diepte van een zwart gat. Eun-Jae herkende het voorwerp uit zijn boeken: een Bag of Holding, een magische opbergbuidel waarvan de inhoud zich in een kleine afzonderlijke ruimte buiten de gewone wereld bevond.

Kael ontdekte ondertussen een afgesloten kantoor op de begane grond. Vanuit de kamer hoorde hij niets, maar boven aan de verlichte trap klonk een zware ademhaling. Hij sloop omhoog en zag een kleine soldatenpost. Bij een brandende kaars was een Ravenburgse soldaat tijdens zijn wacht in slaap gevallen.

Vanaf dat moment werd iedere beweging langzamer, iedere fluistering zachter en iedere plank onder hun voeten verraderlijker.

Kael keerde terug naar beneden en opende het kantoor met Vespers gereedschap. Tussen de bureaus, papieren en contracten stak hij zesentwintig goud bij zich. Eun-Jae vond daarnaast een goedgevulde geldkist. De werkelijk waardevolle vondst lag echter niet in de munten, maar in de documenten.

Breukclassificatie Zwart

Het huurcontract bewees dat Pakhuis 12B eigendom was van Vrouwe Marra Veyndor en voor gesloten academisch onderzoek aan de Ravenburgse Expeditie werd verhuurd. Een transportdocument beschreef de lading als een verzegelde resonantielading voor Archivaris-Magister C. Saarvolt in Ravens Piek. Een ander noemde haar object 12B-RK, opgeëist door de Orde van de Eerste Breuk.

In een geheimere brief aan Halbrecht Voss eiste de Orde alle oorspronkelijke veldnotities, blootstellingsrapporten en resonantiegegevens op. Alleen gecensureerde meettabellen mochten in Mistvoorde achterblijven. Tussen de bureaucratische formuleringen stond een naam die Ravenburg juist niet wilde laten opschrijven:

De Gescheurde Koning.

De brief verbood het gebruik van die naam in rapporten, samenvattingen, transportdocumenten en mondelinge overdrachten. Alles wat op een stem, wil of bewustzijn leek, moest worden beschreven als een cognitief resonantiesymptoom: mentale projectie, persoonlijk gerichte stemmen, spontane droombeelden en geheugenverlies na blootstelling. Alles viel onder Breukclassificatie Zwart.

Andere papieren beschreven de meetkampen in het Dennenhartse bos als juridisch gevoelig. Ravenburg hield vol dat het academisch en niet militair handelde, hoewel gewapende soldaten de onderzoekers beschermden. Het rijk probeerde een militaire schending van het Pact van het Blad als wetenschappelijk onderzoek te laten klinken.

Het laboratorium

Op de andere helft van de verhoogde verdieping veranderde het pakhuis in een laboratorium. Meetapparatuur, notities en vreemde instrumenten stonden in een koele, nauwkeurige ordening opgesteld: meten, vastleggen, indelen en beheersen. Achterin bevond zich een afgesloten glazen kamer. Daarbinnen stond een open krat met een glazen cilinder waaruit een zachte paarse gloed kwam.

Terwijl Kael aan het slot werkte, nam Eun-Jae de onderzoeksnotities door. Het object werd vergeleken met restenergie uit de Breukkrater, de plaats waar het Ravenkroonse Imperium tijdens De Scheuring was vergaan. In de krater was die energie verspreid en vervormd. Dit fragment was klein, stabiel en draagbaar: volgens de onderzoekers geen gewone neerslag van de ramp, maar een geconcentreerde breukstructuur.

Het frequentiepatroon kwam overeen met de recente paarse ontladingen boven het Dennenhartse bos. Het grootste signaal onder het bos was alleen veel sterker en dieper. Ravenburg vermoedde dat object 12B-RK een afgescheiden fragment van dezelfde bron kon zijn.

Wat in Pakhuis 12B lag, raakte daarmee aan De Scheuring, aan de falende koepel en aan Wilgenbroek — en aan een naam die Ravenburg onder zwarte inkt probeerde te begraven.

Geen stille uitweg

Het slot van de glazen kamer verzette zich. Na nog één kleine draai brak een van Kaels werktuigen af en bleef een deel in het mechanisme steken. Zij kregen het stukje eruit, maar dit slot zou niet meer op de stille manier opengaan. De slapende soldaat boven droeg misschien een sleutelbos.

Kael sloop opnieuw de trap op. De anderen wachtten beneden, klaar om in te grijpen.

Toen miste hij de laatste trede.

Hij viel met een harde klap neer. De soldaat schoot wakker.

Kael stond nog altijd vermomd als Ravenburgse soldaat en greep het enige voordeel dat hij had. In plaats van aan te vallen, begon hij de man uit te kafferen omdat die tijdens zijn wacht in slaap was gevallen. De overrompelde soldaat slikte het verhaal, bood zijn excuses aan en liet zich wegsturen om zijn straf bij de commandant te halen.

Terwijl de anderen zich achter de trap verborgen, vertrok hij via een zijdeur. Zodra hij buiten iemand sprak of begon na te denken, kon de infiltratie in een val veranderen.

De groep liet het plan varen om als verstekelingen naar Ravens Piek te reizen. Het voorwerp in de glazen kamer was te belangrijk om door Ravenburg te laten meenemen. Met de sleutelbos van de wachtpost openden zij de deur. De paarse gloed lag stil in een afgesloten glazen koker die volgens de notities zowel de magie als de stemmen, droombeelden en andere blootstellingsverschijnselen onderdrukte.

Zonder de koker te openen, plaatsten zij hem in de nieuwe Bag of Holding. Het object verdween in het diepe zwart van de buidel, alsof zij een stukje van De Scheuring zelf in hun zak stopten.

Eun-Jae verplaatste zijn zicht naar de vogelgeest die hij buiten op wacht had gezet. Bij zowel de voordeur als de laadpoort stonden soldaten. Zij waren Pakhuis 12B binnengekomen als afval en hadden geheime documenten, goud en een kristallijne resonantiekern gestolen. Nu moesten zij nog zien te ontsnappen.


Vorige · Verder lezen