Hoofdstuk 9 — Van modder naar ivoor
Vorige · Verder lezen →
Deel II — Mistvoorde en Pakhuis 12B

Over de muur
De paarse gloed van object 12B-RK was in de Bag of Holding verdwenen, maar de groep zat nog altijd opgesloten in Pakhuis 12B. De weggestuurde soldaat had geen alarm veroorzaakt, maar bij de voordeur en laadpoorten stonden nog steeds bewakers. Aan de zijkant vonden zij een raam dat uitkeek op het lagere dak van een naastgelegen schuur. Sollorva legde magie over de groep die hun bewegingen moeilijker waarneembaar maakte. Eun-Jae verzwakte ondertussen de greep van de zwaartekracht. Het dak aan de overkant bleef een flinke sprong, maar werd zo tenminste bereikbaar.
Kael ging als eerste. Hij nam een aanloop, sprong door het raam en veranderde zijn duik halverwege in een beheerste salto, waarna hij op het dak landde in een houding alsof hij zojuist de finale van een zorgvuldig ingestudeerde voorstelling had bereikt. Godwin volgde hem en kwam eveneens veilig aan de overkant. Sollorva had minder geluk en haalde het dak niet. Ze begon tussen het pakhuis en de schuur langzaam naar beneden te vallen, maar veranderde nog tijdens haar afdaling in een klein vogeltje en vloog zonder verdere problemen naar haar vrienden. Eun-Jae was de laatste. Hij maakte zich klaar, sprong en bereikte dankzij zijn magie eveneens het lagere dak. Daarmee stond de hele groep buiten Pakhuis 12B, al bevonden ze zich nog steeds binnen het bewaakte terrein van De Hoge Huizen.
Vanaf het dak zagen ze aan de ene kant de loodsen en pakhuizen van de rijke handelshuizen en aan de andere kant de muur die het terrein van de omliggende woonwijken scheidde. Ze renden in de richting van die muur, maar werden onderweg aangeroepen door een oplettende bewaker. Godwin reageerde zonder aarzeling en beweerde dat er iemand uit het pakhuis was ontsnapt. Volgens hem achtervolgde de groep de vluchteling, die inmiddels al over de muur verdwenen was. De bewaker keek naar hun Ravenburgse uniformen, hoorde de overtuiging in Godwins stem en geloofde het verhaal. Hij riep dat hij samen met twee andere bewakers via de poort naar de andere kant zou komen om te helpen zoeken, waarna de groep verder kon rennen zonder dat iemand alarm sloeg.
Kael, Godwin en Sollorva bereikten de bovenkant van de muur, maar Eun-Jae merkte pas tijdens zijn sprong dat hij niet hoog genoeg zou komen. Op het laatste moment gebruikte hij een spreuk en teleporteerde hij naar de top, waar hij landde in de sierlijke eindhouding van een acrobaat die zojuist een moeilijke truc had voltooid. Daarna sprong ook hij naar de woonwijk beneden. De verzwakte zwaartekracht zorgde ervoor dat iedereen langzaam en veilig naar de grond zakte, maar bij Eun-Jae had dat een onverwacht nadeel. Terwijl hij omlaag zweefde, sloeg zijn gewaad omhoog en kreeg de rest van de groep meer te zien dan ze ooit had willen weten: twee dunne, oude, harige benen en een klein wit onderbroekje. Er was nauwelijks tijd om het beeld te verwerken, want de drie bewakers kwamen al door de poort naar buiten rennen. Godwin wees onmiddellijk een donkere straat in en vertelde dat de ontsnapte figuur die kant op was gevlucht. Opnieuw geloofden de bewakers hem en renden ze verder, terwijl de groep in de tegenovergestelde richting tussen de huizen verdween.
Zodra Ravenburg ontdekte dat object 12B-RK was gestolen, zou Mistvoorde worden uitgekamd. De groep besloot daarom niet naar een nieuwe schuilplaats te zoeken, maar de stad zo snel mogelijk te verlaten. Ze haastten zich naar De Scheve Ton om hun rijdieren op te halen en werden bij de stallen herenigd met Vesper, die hun ontsnapping uit De Hoge Huizen had gezien. Ze wilde onmiddellijk weten wat er in het pakhuis was gebeurd en wat ze hadden gevonden, maar Kael maakte duidelijk dat ze eerst de stad uit moesten. Pas wanneer ze buiten het bereik van de eerste zoekacties waren, konden ze veilig vertellen wat er was gebeurd. Chestnut, Seraphine, El Torro en Kaels ezel werden snel klaargemaakt. Vesper had zelf geen rijdier en nam daarom achter Godwin plaats op de rug van El Torro. Zonder langer bij de herberg te blijven dan nodig was, verliet de groep Mistvoorde voordat de diefstal officieel ontdekt kon worden.
Buiten Mistvoorde
Ongeveer twee uur later lagen de lichten van Mistvoorde ver achter hen. Sollorva vond een afgelegen plek waar het de rest van de nacht droog zou blijven. Bij het kampvuur vertelden zij Vesper alleen over de documenten en onderzoeksnotities. Ze spraken over 12B-RK, de paarse ontladingen en het Dennenhartse bos, maar lieten de koker niet zien en zeiden niet dat ze het voorwerp zelf hadden gestolen. Rechtstreeks terugkeren naar Wilgenbroek kwam ter sprake, maar zonder te begrijpen wat Ravenburg had onderzocht konden zij ook een nieuw gevaar naar het dorp brengen.
Vesper vertelde daarom over een cel van De Ondergrondse Raad van het Licht in Ilyrassa. Daar bevond zich een netwerk van onderzoekers dat de gestolen informatie kon verwerken, Ravenburgse coderingen kon vergelijken en misschien kon blootleggen wat bewust uit de officiële dossiers was verwijderd. Het was geen oplossing zonder risico, want meer leden van de Raad zouden daardoor van het onderzoek te weten komen, maar het bood wel de beste kans op betrouwbare antwoorden. De groep besloot daarom niet naar Wilgenbroek terug te keren, maar eerst naar Ilyrassa te reizen. Na de inbraak, ontsnapping en haastige rit uit Mistvoorde sliepen ze de volgende ochtend uit tot ongeveer tien uur. Daarna braken ze het kamp op en begonnen ze, met behulp van hun kaart en Vespers kennis van de route, aan de reis van ongeveer twee dagen.
Bij het kampvuur
De eerste reisdag verliep aangenaam. Het weer bleef goed, de wegen waren rustig en er verscheen geen Ravenburgse achtervolging. Tegen de avond begonnen vooral de bilspieren van de minder ervaren ruiters luid bezwaar te maken tegen nog meer uren in het zadel. Bij een nieuw kampvuur beseften de vier hoe vreemd het was dat zij elkaar pas enkele dagen kenden. In die korte tijd hadden ze samen gevochten, een magische koepel verdedigd, Mistvoorde onderzocht en ingebroken in een zwaar bewaakt pakhuis. Voor het eerst was er tijd om niet alleen te vertrouwen op wat ieder tijdens gevaar deed, maar ook te begrijpen wat ieder van hen had gevormd.
Het gesprek begon voorzichtig, maar groeide langzaam uit tot een avond waarop verschillende leden van de groep meer over zichzelf deelden. Sollorva vertelde over Pinkie Montell, die voor haar een belangrijke verbinding was geweest tussen de natuur die zij kende en de stedelijke wereld die zij probeerde te begrijpen. Via Pinkie had ze Common en verschillende menselijke gewoonten geleerd. Kael sprak over Ching Jung Lao en over zijn jaren in het Stille Zuster Klooster, waar hij niet alleen had leren vechten en mediteren, maar ook had leren luisteren naar de bron van Liang-Shen. In het klooster betekende stilte niet dat er niets te horen was. Water, wind, ademhaling en de trillingen van de bron vormden er samen een ritme dat alleen duidelijk werd wanneer iemand werkelijk de tijd nam om te luisteren.
Eun-Jae vertelde over zijn jeugd in Veyndor’s Poort en over zijn vader, die binnen de familie verbonden was aan zowel de tak van informatie als die van diplomatieke betrekkingen. Daarna sprak hij over zijn studie in Ravens Piek en over de zoektocht die hem uiteindelijk in contact had gebracht met De Ondergrondse Raad van het Licht. Hij legde uit dat de Raad niet vanuit één zichtbaar hoofdkwartier werd bestuurd, maar grotendeels uit zelfstandige cellen bestond. Leden kenden vooral de mensen en informatie die ze voor hun eigen werk nodig hadden, zodat de ontdekking van één groep nooit onmiddellijk het hele netwerk kon blootleggen. Het maakte duidelijk waarom Vesper zo voorzichtig met informatie omging en waarom zelfs Eun-Jae niet precies wist hoeveel mensen er werkelijk voor de Raad werkten.
Ook uit Godwins verleden kwam die avond meer naar boven. De groep wist inmiddels van zijn tijd in het weeshuis en de jaren die hij daarna op straat had doorgebracht, maar nu vertelde hij voor het eerst over de tijd daarvoor. Hij sprak over een nacht waarop mensen zijn ouderlijk huis waren binnengedrongen en zijn vader en moeder hadden vermoord. Die gebeurtenis had hem nooit losgelaten en vormde een belangrijk deel van wat hem uiteindelijk op zijn pad als paladijn had gezet. Godwin wilde niet alleen voorkomen dat anderen hetzelfde werd aangedaan, maar ook de personen vinden die verantwoordelijk waren voor de dood van zijn ouders. Inmiddels wist hij dat de moordenaars geen gewone inbrekers of willekeurige overvallers waren geweest, maar onderdeel waren van een geheime sekte.
Sollorva legde haar hand op de plaats van Godwins hart. Onder het ritme van zijn hartslag voelde zij niet alleen het trauma dat hij met zich meedroeg, maar iets diepers: zijn ziel, of de essentie die hem tot zichzelf maakte. Die essentie voelde niet leeg, maar onvoltooid, alsof er iets kleins aan haar patroon ontbrak. Heel even voelde Sollorva ergens buiten het kamp een afzonderlijk stukje met precies dezelfde essentie. Het was ver weg en onherkenbaar, maar het verlangde ernaar met Godwin herenigd te worden. Meer kon zij er niet uit opmaken. Ze wist niet wat ze had gevoeld, waar het zich bevond of waarom de afstand tussen hen bestond.
Na die gesprekken voelde de groep anders dan daarvoor. Ze waren nog altijd vier mensen die door omstandigheden bij elkaar waren gekomen, maar ze begrepen beter wat de anderen hadden achtergelaten en waarvoor ieder van hen werkelijk vocht. Na een tweede rustige nacht braken ze opnieuw het kamp op en begonnen ze aan de laatste dag van hun reis. Naarmate ze verder naar het zuiden trokken, veranderde het landschap steeds duidelijker. De vochtige aarde en bossen rond Mistvoorde maakten plaats voor drogere grond, warmer weer en stukken zandsteen. Dichter bij de kust verschenen boerderijen en wijngaarden langs de weg, met rijen druivenranken die over de glooiingen van het land liepen en lage stenen muren die de verschillende akkers van elkaar scheidden.
Ilyrassa
Tegen de avond begon het te schemeren en opende het landschap zich rond een rotsachtige baai. Daar zagen ze Ilyrassa voor het eerst. Ivoren terrassen klommen tegen de kliffen omhoog en turkooizen daken, tegels en fonteinen braken het wit van de stad. Tussen de hogere gebouwen door glinsterde de zee in het laatste zonlicht. Na de modderige straten, scheve gebouwen en donkere pakhuizen van Mistvoorde voelde Ilyrassa bijna als een andere wereld. Kunstwerken stonden op pleinen en straathoeken, beschilderde trappen liepen tussen openbare tuinen en vanaf verschillende dakterrassen klonk muziek. Onder open bogen zaten studenten met boeken en losse vellen op hun knieën. Sommigen lazen elkaar aandachtig filosofische teksten voor, terwijl anderen nauwelijks konden wachten om de redenering uit te leggen, te verbeteren of volledig te weerleggen. De stad leek zelfs tijdens de schemering voortdurend met zichzelf in gesprek.
Vesper leidde de groep door de terrassen naar de Museumwijk en uiteindelijk naar Atelier Avelisse. Van buiten leek het een gerespecteerd restauratieatelier, maar binnen werd duidelijk hoeveel verschillende soorten werk er plaatsvonden. Beschadigde schilderijen stonden onder helder licht, gebroken beelden werden voorzichtig ondersteund en op lange werktafels lagen delen van mozaïeken, manuscripten en magisch aangetaste kunst. Overal werkten mensen met kleine instrumenten, borstels en scherpe middelen waarmee hars, steenstof, oude verf en achtergebleven magie van elkaar werden gescheiden. Het atelier was niet alleen een plaats waar kunst werd hersteld, maar ook het verborgen onderkomen van de plaatselijke cel van De Ondergrondse Raad van het Licht.
Daar stelde Vesper de groep voor aan professor Sarela Varessi, haar voormalige mentor. De halfelf had kort donker haar met zilveren strengen en droeg praktische ivoorkleurige kleding; aan een ketting om haar hals hing het vergrootglas dat zij tijdens haar onderzoek gebruikte. Sarela leidde de plaatselijke cel van de Ondergrondse Raad. De groep overhandigde haar de documenten uit Pakhuis 12B en vertelde wat ze over Ravenburgs activiteiten in het Dennenhartse bos had ontdekt.
Sarela zette haar onderzoekers onmiddellijk aan het werk. De documenten moesten worden geordend, Ravenburgse codes met andere bronnen vergeleken en de verbanden met het bos gecontroleerd. Tegen het einde van de volgende dag verwachtte zij de eerste conclusies te kunnen geven. Tot die tijd kon de groep uitrusten en de stad bekijken. De plaatselijke Raadscel beschikte bovendien over een veilige woning: Het Huis met de Blauwe Luiken.
Eén onderdeel van hun vondst bleef echter verborgen. De containment-koker met object 12B-RK lag nog altijd in de Bag of Holding. Vesper en Sarela kenden de aanduiding alleen uit de papieren. Geen van beiden wist dat het bijbehorende voorwerp samen met de groep Ilyrassa was binnengekomen.
Vorige · Verder lezen →