Hoofdstuk 10 — De ivoren terrassen

Vorige · Verder lezen

Deel III — De ivoren terrassen

In Atelier Avelisse hingen de geuren van hars, steenstof, oud papier en scherpe restauratiemiddelen tussen beschadigde schilderijen, opgebroken mozaïeken en beelden die met houten steunen overeind werden gehouden. Onderzoekers verdeelden de Ravenburgse documenten over hun werktafels toen de groep zich nog eenmaal afzonderde. De containment-koker lag nog altijd gesloten in de Bag of Holding. Nu Sarelas onderzoek werkelijk begon, voelde het achterhouden ervan minder eenvoudig.

Uiteindelijk haalden zij Vesper erbij. Zij luisterde naar hun twijfel en wees hen op de vreemde verhouding tussen wat zij wél en niet hadden gedeeld. In haar werk had een klein bewijsstuk vaker een groot onderzoek opengebroken, maar de koker was geen klein bewijsstuk. Dit leek juist de grote doorbraak — en uitgerekend die hadden zij bijna achtergehouden. Vesper sprak haar vertrouwen in Sarela uit en raadde de groep aan de koker eveneens voor onderzoek achter te laten.

Daarmee viel de beslissing. De containment-koker kwam tevoorschijn en werd aan Sarela getoond. Zij reikte er niet achteloos naar en probeerde de groep evenmin tot haast te dwingen. De koker zou veilig bij haar blijven, maar zij beloofde hem niet te openen zonder dat eerst met hen te bespreken. Voor de eerste resultaten nodigde zij de groep de volgende avond uit in een besloten ruimte van De Zevende Wolk.

Toen de anderen wilden vertrekken, hield Vesper Eun-Jae nog even tegen. “Je bent geen Sleuteldrager meer.” Ze liet de stilte lang genoeg staan om de woorden verkeerd te laten landen. Daarna legde ze uit dat een Sluierbreker naar plaatsen ging waar macht haar geheimen verstopte en zichtbaar maakte wat nooit gevonden mocht worden. Dat was precies wat Eun-Jae in Mistvoorde had gedaan. Met Sarelas instemming werd hij bevorderd tot Sluierbreker. Vesper overhandigde hem een briefje met de locaties en beheerders die hij voortaan zelfstandig kon benaderen.

Het Huis met de Blauwe Luiken

Met een veilige verblijfplaats, een afspraak voor de volgende avond en voor het eerst sinds Mistvoorde geen onmiddellijke achtervolging achter zich, liep de groep door de oranje gloed van de zonsondergang naar Het Huis met de Blauwe Luiken. In een rustige zijstraat vonden zij het huis tussen bloeiende klimplanten: witgepleisterde muren, een grote blauwe deur en helderblauwe luiken rond de ramen. Achter de deur lag een groene binnenplaats waaromheen de woning was gebouwd. Een jonge boom stond naast een vijver met helder water. Lage planten en bloeiende struiken verzachtten de stenen muren; aan één zijde lagen de stallen.

De dieren werden naar de stal gebracht en ieder zocht op zijn eigen manier een plaats in het huis. Godwin trok zijn oude harnas uit, borg het op in de Bag of Holding en hulde zich in het Ravenkroonse harnas dat de groep had meegenomen. Eun-Jae vond zijn weg naar de keuken, ontdekte daar een verleidelijk uitziende gedroogde worst en besloot dat die kennelijk op hem had liggen wachten.

Kael ging op de grond zitten en liet zijn ademhaling langzaam tot rust komen. Hij stelde de vertrouwde aanwezigheid één vraag: “Zit ik op het goede pad?” Het antwoord kwam zonder hem een eenvoudige toekomst te beloven. “De toekomst zal niet makkelijk zijn, maar ik weet dat jij bent waar je hoort te zijn.”

Ook Sollorva zocht contact met iets vertrouwds. Ze ging in het gras van de binnenplaats liggen en richtte zich op de natuur. Het huis verdween en ze stond weer bij haar eigen woning in het Dennenhartse bos, herenigd met de wolf, het hert en de uil die haar zo lang hadden begeleid. Het visioen versprong. Samen liepen ze over het pad naar Sylvarel. Daarna stond de stad voor haar. Alles leek verzorgd. De paden waren niet overwoekerd en niets droeg de sporen van strijd of een haastige vlucht. Toch ontbraken de mensen. Sylvarel lag er perfect onderhouden en volkomen onbewoond bij.

Vier wegen door Ilyrassa

Toen de avond verder over Ilyrassa viel, ging ieder zijn eigen weg. Godwin en Kael wilden De Zevende Wolk alvast bezoeken. Eun-Jae vertrok naar Asterra Academica. Sollorva bleef achter op de binnenplaats.

Pas nadat de anderen waren vertrokken, kreeg de stilte vat op haar. De dagen in Mistvoorde hadden meer achtergelaten dan vermoeidheid. Nu er eindelijk ruimte was, kwam alle opgekropte spanning tegelijk naar buiten. Het water in de vijver bewoog op haar wil. Vuur vormde zich, wind begon te wervelen en een bliksemschicht spleet door de binnenplaats. Geen van de elementen gaf haar de opluchting waarop zij had gehoopt. Uit haar hand liet ze daarom een klein groen plantje groeien, dat zich ontvouwde tot een bloemend wiettopje. Ze liet het opbranden en ademde de rook in, maar iedere gedachte werd juist scherper en dreigender. De spanning sloeg om in paranoia.

De Rozenkoepel

Sollorva begreep dat ze hulp nodig had en haastte zich naar De Rozenkoepel, de open tempel van Sune. Een koepel van zachtroze en goudkleurige steen rustte rond een hof vol bloemen, beelden en helder water. Tussen de waterbekkens zag Isera Vaelune onmiddellijk hoe slecht het met haar ging. De oudere halfelf had een warme donkerbruine huid en zilverwitte krullen. Aan haar zijde hing een tas met water, verband en krijt. Ze bracht een kom water, bleef rustig praten en hielp Sollorva haar ademhaling vertragen. Daarna begeleidde zij haar naar een lager waterbekken, waar ze op haar rug kon liggen met haar benen in het koele water.

Isera vertelde dat Sune Sollorva’s schoonheid zag en dat er voor haar gezorgd zou worden. Toch voelde Sollorva in het water geen tegenstelling met haar eigen geloof. Onder de stem van Isera, de rustige fontein en haar eigen steeds gelijkmatiger ademhaling herkende ze ook de aanwezigheid van Mielikki. Langzaam kwam ze weer tot rust. Ze kreeg een maaltijd, een veilige plaats om te herstellen en besloot in de Rozenkoepel te blijven slapen.

Asterra Academica

Eun-Jae bereikte ondertussen Asterra Academica. Brede trappen kwamen uit op een open universiteitswijk van lichte collegezalen, tuinen en galerijen. Achter de grootste toegangsbogen draaide een stelsel van messing hemelringen boven een ondiepe waterkom; hun schaduwen gleden over sterrenbeelden in de stenen vloer. Het was ongeveer negen uur ’s avonds en de meeste gebouwen waren gesloten. Een student vertelde hem dat de archieven dagelijks van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds toegankelijk waren. Op een open terras was nog wel een openbare buitenlezing bezig.

De spreekster was een kleine dwergvrouw met zwart haar en een korte stoppelbaard. Zij begon bij het Tijdperk van de Titanen, waarna de sterfelijke volkeren kwamen, zich verenigden en hun vrijheid bevochten. Uit hun afzonderlijke samenlevingen groeiden de oude rijken, waarvan Ravenkroon het machtigste werd. Dat tijdperk eindigde ongeveer zevenhonderdvijftig jaar geleden met De Scheuring. Na afloop leerde Eun-Jae dat Ravenkroon het staatsproject uit die tijd De Grote Vereniging had genoemd. Volgens de Ravenkroonse uitleg moest het de magische leylijnen aan Ravenkroon verankeren en het rijk veiliger maken. Wat werkelijk was geprobeerd, bleef onderwerp van uiteenlopende geschiedenissen.

Voordat hij vertrok, vroeg Eun-Jae naar professor Oren Daal. De dwergvrouw vertelde hem dat Oren tijdens de openingstijden vrijwel altijd op de academie aanwezig was. Met meer richting, maar zonder toegang tot de gesloten archieven, keerde hij terug naar het huis.

De Zevende Wolk

Godwin en Kael hadden De Zevende Wolk tegen die tijd al bereikt. Boven het ontvangstterras hing een bronzen naambord met turquoise email en zeven gestileerde wolkenbogen. Binnen glansde zacht violet licht over bleke steen, lage crèmekleurige banken en kleine fonteinen. Doorschijnende gordijnen, zachte snaarmuziek en dunne rookpatronen maakten van iedere tafel een eigen rustige wereld. De ober die hen ontving was een man met donker haar en een zorgvuldig onderhouden Frans snorretje. Godwin bestelde drie tequila en een fles wijn. Kael koos een Red Bull en een waterpijp met ananas, mango en ijsroomsmaak.

Pas toen de avond ten einde liep, keek Godwin in zijn geldbuidel. Daar lagen vijf zilverstukken. Hij stond rustig op, nam de fles wijn in zijn hand en wandelde met zoveel zelfvertrouwen naar buiten dat het bijna op een normale manier van vertrekken leek.

Enkele minuten later kwam de bediende bij Kael terug. Kael legde uit dat Godwin alleen even geld ging halen. De minuten verstreken. Kael stelde daarom voor de rekening op de tap te zetten, maar De Zevende Wolk deed dat alleen voor bekende gasten. “Zet het dan op de tap van Eun-Jae.” Ook die naam zei de bediende niets. Toen Kael eiste dat de eigenaar werd gehaald, draaide de bediende zich om en liep weg. Kael wachtte precies lang genoeg om hem uit het zicht te laten verdwijnen en sprintte toen eveneens naar buiten.

Pas buiten drong het tot Godwin en Kael door dat zij hier de volgende avond met Sarela en Vesper hadden afgesproken.

Bij terugkomst in Het Huis met de Blauwe Luiken bleek Sollorva verdwenen. Godwin dronk de meegenomen fles wijn haastig leeg en ging samen met Kael weer de straat op om haar te zoeken. Godwin was inmiddels dronken genoeg om haar naam luid over de terrassen te roepen. Kael liep op enige afstand achter hem. Toen streek een uil uit de nacht neer. Het dier landde vlak voor hen, keek hen aan en knikte kalm. Zij namen het als teken dat Sollorva veilig was en keerden terug.

De panter

Kael ging in het gras van de binnenplaats liggen om te slapen. Godwin bereikte zijn bed niet en viel met zijn Ravenkroonse harnas nog aan half op de vloer in slaap. Midden in de nacht keerde de droom terug.

Opnieuw rende het wezen door een donker bos, maar ditmaal keek Godwin niet alleen mee. Hij zag de donkere, katachtige poten die de aarde onder hem wegduwden. Wanneer hij wilde versnellen, versnelde het lichaam. Voor het eerst besefte hij dat hij het wezen bestuurde. Achter hem klonken meerdere rennende voetstappen. Minstens vijf mensen kwamen tussen de bomen achter hem aan; sommigen met wapens, anderen met netten. Hun vuile, beschadigde kleding hoorde niet bij een ordelijk leger.

Godwin draaide het lichaam om en viel aan. De eerste achtervolger vloog met een krijs door de lucht. Met zijn klauwen sprong hij op een tweede en schepte een derde onderuit. Maar de anderen sloten zich om hem heen. Een zwaar net werd over het lichaam geworpen en het wezen werd tegen de grond vastgebonden.

Op dat moment rukte Godwins bewustzijn zich los. Onder het net lag een grote, krachtige panter. Haar vacht was zo donker dat zwart en dieprood in elkaar overliepen, terwijl kleine gloeiende aderen onder haar huid zichtbaar waren. Ze gromde, worstelde en krijste om hulp. Toen keek de panter op. Haar ogen vonden die van Godwin.

Hij schrok bezweet wakker op de vloer van Het Huis met de Blauwe Luiken. Het Ravenkroonse harnas zat nog om zijn lichaam. Ergens, ver buiten Ilyrassa, lag het wezen uit zijn terugkerende dromen gevangen.


Vorige · Verder lezen